Artikel
Geschreven door Erik Jansen
Posted on 25-08-2014

Nieuw wetsvoorstel leidt tot minder faillissementen

77 keer gelezen

Ivo Opstelten, de minister van Veiligheid en Justitie, pleit voor het makkelijker maken van een buitengerechtelijk akkoord bij een dreigend faillissement. Crediteuren (schuldeisers) en aandeelhouders ontvangen een bepaald percentage van het opstaande bedrag en doen – zo nodig gedwongen – afstand van de rest van hun vordering. Op die manier wil de minister schuldeisers die onnodig dwars liggen, sneller mee laten werken om een faillissement te voorkomen. Deze regeling geldt zowel voor rechtspersonen als natuurlijke personen. In mijn optiek een goede ontwikkeling. 

Hoge eisen leiden onnodig tot faillissementen

In mijn dagelijkse praktijk houd ik mij vaak bezig met oplossingen voor noodlijdende bedrijven. Vaak voorziet een zogenaamd  ‘pakket van maatregelen’ ook in een voorstel aan alle schuldeisers om een deel van de schulden kwijt te schelden. Een akkoord hoeft echter niet perse te betekenen dat de schuldeisers een deel van de vordering kwijt schelden. Een akkoord kan ook met zich brengen dat een deel van de vordering pas later betaald wordt als de onderneming weer gezond is, of dat de vordering (deels) wordt omgezet in aandelen. Vaak willen schuldeisers daarmee instemmen, omdat zij bij een dreigend faillissement het risico lopen om nog minder of zelfs helemaal niets te krijgen. 

Maar soms liggen schuldeisers dwars en eisen ze de volledige 100% van hun vordering in geld. Op zich is dat natuurlijk hun goed recht. Daarom is het volgens de huidige rechtspraak dan ook heel moeilijk een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord.

Wetsvoorstel: schorsing faillissementsverzoek

Volgens de minister is er alle spelers in het veld veel aan gelegen faillissementen proberen te voorkomen. Een faillissement levert immers hoge afwikkelingskosten op. Bovendien brengt het een scherpe daling van de bedrijfswaarde tot stand en is er veelal sprake van verlies van arbeidsplaatsen. Al met al negatief voor onze economie dus. 

Daarom staat in het wetsvoorstel dat een verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst als een buitengerechtelijk akkoord wordt aangeboden. Bovendien worden degenen die het akkoord financieren (met een noodkrediet) in het wetsvoorstel ook beschermd.

Meerderheid is voldoende om schulden te saneren

Als het wetsvoorstel er door komt, is straks niet meer noodzakelijk dat alle schuldeisers instemmen met een akkoord. Een ruime meerderheid van schuldeisers is straks voldoende om de schulden te saneren. Degenen die op onredelijke gronden tegen het akkoord blijven, kunnen door de rechter worden gedwongen mee te werken met het akkoord. De schuldenaar kan namelijk vragen om zijn akkoord algemeen verbindend te verklaren. 

Uitzondering op de regel

De voorgestelde regeling geldt echter niet als de schuldeisers kunnen aantonen dat zij uit een faillissement meer zouden terugkrijgen dan op basis van het akkoord. Bovendien geldt de dwangregeling niet voor werknemers. 

Conclusie: goede kansen voor noodlijdende bedrijven 

Doordat de uitspraak tot faillissement niet wordt gedaan als een buitengerechtelijk akkoord is aangeboden, worden in eerste instantie al faillissementen voorkomen. Bovendien wordt de kans van slagen van een buitengerechtelijk akkoord vergroot door de mogelijkheid van algemeen verbindend verklaring. Het wetsvoorstel biedt dus goede kansen voor een noodlijdend bedrijf. 

Voor meer vragen over een buitengerechtelijk akkoord volgens de huidige regels en volgens het nieuwe wetsvoorstel kunt u altijd contact met mij opnemen.