Artikel
Geschreven door Peter Kaasschieter
Posted on 25-11-2015

Open Data: wat Nederland kan leren van België

347 keer gelezen

Open Data zijn data die vrij gebruikt mogen worden, hergebruikt mogen worden en opnieuw mogen worden verspreid door iedereen. In 2013 werd door de G8 het International Open Data Charter opgesteld, dat werd ondertekend door vrijwel de hele wereld. In de charter verplichten overheden zich hun data open te stellen, tenzij het privacygevoelig is, en mits het openstellen van de data het landsbelang niet schaadt. Daarnaast zijn er nog wat uitzonderingen. Maar het principe luidt: overheidsdata is Open Data.

De beschikbaarstelling van data dient hoofdzakelijk twee doelen: ten eerste vergroot het de transparantie van de overheid, ten tweede moet het de economie stimuleren. Mooie doelstellingen, maar dan moeten die data wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Nederland: 16e plaats op ranglijst open data

De Belgische minister van Digitale Agenda, Alexander de Croo, voert momenteel een erg ambitieus beleid als het gaat om open data. Hij kondigde afgelopen zomer aan dat de Belgische overheid tegen 2020 haar data pro-actief beschikbaar wil stellen. Wat dat betreft kunnen we in Nederland nog wat leren van de zuiderburen. Al heeft ook België, ondanks de inspanningen, nog een lange weg te gaan om ervoor te zorgen dat het bedrijfsleven optimaal gebruik kan maken van overheidsdata.

De Open Knowledge Foundation publiceert jaarlijks een ranglijst van landen als het gaat om open data. Op deze lijst staat de UK met stip op nummer 1, net als op de ranglijst van de World Wide Web Foundation. Op de OKF-lijst staat Nederland op nummer 16 en België slechts op een 53ste plaats, achter landen als Kazachstan en Rwanda.

Staat België er dan zo slecht voor als het gaat om open data? Helemaal niet. De score wordt bepaald aan de hand van al dan niet beschikbare datasets over een vast aantal onderwerpen. Als België bijvoorbeeld zou besluiten een degelijke landkaart te publiceren en een postcodetabel met coördinaten, komt het al aardig in de buurt van Nederland. Nederland zou dan weer enkele plaatsen kunnen stijgen door het vrijgeven van het Handelsregister en data over het openbaar vervoer.

Wat in beide landen vandaag echter ontbreekt, is een digitaal inzicht in de overheidsuitgaven. Noch België, noch Nederland stellen deze via open data-bronnen ter beschikking. Overigens schieten de meeste landen hierin tekort. Van de 97 landen op de OKF-lijst, scoren alleen het VK en Griekenland (!) op dit onderwerp de maximale 10%.

Belgisch voorbeeld doet Nederland volgen

Hoewel de verschillen op de ranglijst fors zijn, blijken de echte verschillen eigenlijk wel mee te vallen en overbrugbaar mits de juiste aanpak. De aankondiging van Alexander de Croo is veelbelovend. Dit staat op de open data-agenda van België:

  • Gratis hergebruik zonder bronvermelding vergemakkelijkt de combinatie van datasets.
  • Data moet ook ‘zoveel mogelijk’ worden aangeboden in technisch leesbare formaten, wat het mogelijk maakt om deze data op een geautomatiseerde manier binnen te halen en te interpreteren.
  • Eén landelijk dataportaal is heel belangrijk om het probleem van de ‘versnipperde data’ tegen te gaan.
  • Maar verreweg het belangrijkste is de switch naar ‘Open by Default’.  Alle overheidsdata zijn ‘openbaar beschikbaar, tenzij...’.

Simpel principe, complexe toestand

Vooral van het laatste punt kan Nederland wat leren. In september 2013 kwam de overheid op de proppen met de plannen ‘Visie Open Overheid ’ en het ‘Actieplan Open Overheid’. Twee veelbelovende publicaties, maar nergens is in een duidelijk statement te vinden dat ook Nederland het ‘Open by default’-principe omarmt. Best vreemd, want dit werd al in 2013 door de G8 aangenomen in het Open Data Charter.

Minister Plasterk verwijst in zijn antwoord op Kamervragen over dit onderwerp naar bovengenoemde documenten, maar houdt vooralsnog een flinke slag om de arm:

“Ik ondersteun het principe ‘Open by default’, 'open tenzij …' Maar dit is er niet van de ene op de andere dag. ‘Open by default’ heeft organisatorische, technische, financiële en culturele aspecten die belangrijk zijn in de uitwerking van dit principe en die in het nieuwe actieplan dan ook aan de orde komen.”

En zo wordt een simpel principe herleid tot een complexe toestand van mitsen en maren.

Miljoenen euro’s winst voor het bedrijfsleven

De roep aan de overheid om open data ter beschikking te stellen klinkt steeds harder. En dat is niet vreemd. Ten eerste is er de eis dat de overheid in een democratie controleerbaar en dus ook in elk opzicht transparant moet zijn. Een tweede argument is dat het beschikbaar stellen van data een stimulans kan zijn voor de economie.

Het valt echter niet mee in onze Lage Landen voorbeelden te vinden van succesvolle initiatieven op dit gebied. Een bekende toepassing is Buienradar die door het KNMI verstrekte data gebruikt. Een andere is Funda die z’n content verrijkt met data van het CBS en het Kadaster.  Uiteraard zijn er verder nog de adviesbureautjes die zich bewegen op het gebied van Big Open Data en er zullen ongetwijfeld bedrijven zijn die Open Data gebruiken in hun beslissingsprocessen. Maar succesvolle businessmodellen waar uitsluitend gebruik wordt gemaakt van Open Data zijn vooralsnog zeer zeldzaam.

Het zijn heus niet enkel ICT-knutselaars die nieuwe apps willen ontwikkelen die baat hebben bij betere toegang tot data. Voor België heeft technologiefederatie Agoria een berekening gemaakt die uitwijst dat het openstellen van data voor de Belgische bedrijfswereld een nettowinst kan opleveren van liefst 900 miljoen euro. In Nederland zijn de verwachtingen minder hoog gespannen, maar volgens minister Henk Kamp (EZ) moet het openstellen van open databronnen door de overheid het bedrijfsleven 200 miljoen per jaar opleveren. In de diverse onderzoeken op Europees niveau worden bedragen genoemd van 27 tot 140 miljard euro.

In dat licht is het positief te zien dat in België alvast een strategie wordt uitgedacht rond open data. Maar ook daar is nog werk aan de winkel. Uiteindelijk stelt België zich tot doel om tegen 2020 data proactief ter beschikking te stellen. Waarom echter nog vijf jaar wachten, en ondertussen al die winst op het vlak van transparantie en economische meerwaarde laten liggen? In de huidige economische context moet elke maatregel die welvaartsverhogend kan zijn, door de overheid worden aangegrepen.

Meer weten?

Wilt u meer weten over data? Bezoek onze wiki over Big Data, of download de ePaper:

Less is More. Van Big Data naar Smart Data.