Artikel
Geschreven door Erik Jansen
Posted on 15-08-2017

Staatsgarantie? Risico voor ondernemer blijft bestaan

1004 keer gelezen

Wanneer een onderneming geen financiering van een bank ontvangt, dan wordt weleens overgegaan op een staatsgarantie. Hierbij krijgt een bank voor de financiering van een bedrijf (vaak een mkb) een garantstelling van de staat, zodat een lening bij de bank alsnog kan worden afgesloten. Dat lijkt een makkelijke oplossing, maar toch brengt een staatsgarantie risico’s met zich mee. Welke risico’s zijn dat? En hoe kunnen ze worden beperkt?

Wat is een staatsgarantie?

Met een staatsgarantie (ook wel borgstellingskrediet genoemd) staat de Nederlandse overheid garant voor een onderneming die een lening wil afsluiten, maar niet genoeg zekerheid aan de bank kan bieden. Een bank wil bijvoorbeeld zeker weten dat de rente en aflossingen worden betaald. De bank zal eerst aan de ondernemer vragen of hij privé of met zijn andere exploitaties borg kan staan. Als dat niet voldoende is, zal de bank een ondernemer adviseren om naar de staat te stappen voor garantstelling of daar zelf het voortouw in nemen. De staatsgegarandeerde lening mag vaak overigens later en langzamer worden afgelost dan een regulier krediet.

Wanneer komt u in aanmerking voor een staatsgarantie?

De staatsgegarandeerde lening is bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers en een jaaromzet tot €50 miljoen, of een balanstotaal tot €43 miljoen. Veel mkb-ondernemingen komen dus voor een staatsgegarandeerde lening in aanmerking. De regels over de omvang van de financiering, de looptijd, de aflossing en de opschorting zijn bij een staatsgarantie afhankelijk van het type onderneming – of u een starter bent of een gevestigde ondernemer – en het doel van de lening.

Wilt u weten of u in aanmerking komt voor een staatsgarantie? Kijk dan hier voor meer informatie.

Risico’s van een staatsgarantie

Een staatsgarantie klinkt als een mooie optie om alsnog de gewenste lening te krijgen. Toch horen wij uit de markt dat er voor ondernemers nog vaak onduidelijkheden bestaan over een staatsgegarandeerde lening. Zo worden ondernemers vaak niet voldoende door de bank ingelicht over de voorwaarden van een garantstelling. Ze krijgen bijvoorbeeld te horen dat de staat de schuld aan de bank inlost als het fout gaat en dat daarmee de kous af is. Maar ook een staatsgegarandeerde lening moet volledig worden aan de bank of aan de overheid terugbetaald. Daarom heeft de overheid met de meeste grote banken een contract gesloten, waarin de bank verplicht is om 5 jaar lang in de gaten te houden of de ondernemer de staat (alsnog) kan terugbetalen.

Als de ondernemer nog andere exploitaties heeft gefinancierd in datzelfde krediet, of als hij privé verbonden staat aan de lening als hoofdelijk aansprakelijke partij of als borg, betekent dit dat de bank namens de staat 5 jaar lang kan aankloppen bij die andere exploitaties of bij de ondernemer in privé.

5 tips om de risico’s bij staatsgaranties te beperken

  1. Teken niet te snel in privé mee voor de gehele lening met een borgstellingskrediet, als u die lening aangaat in een bv. Als u wel in privé mee tekent, beperk dan de privé-aansprakelijkheid tot een maximumbedrag.
  2. Zorg dat voor de staatsgegarandeerde lening alleen de daarmee gefinancierde onderneming of juridische entiteit aansprakelijk is. Hier vallen dan niet uw eventuele andere ondernemingen onder. Het opknippen van verschillende bedrijven in meerdere bv’s heeft immers niet zoveel zin als u vervolgens voor de bank een hoofdelijke aansprakelijkheid afgeeft.
  3. Kijk naar alternatieve financieringen als de bank te veel eisen stelt aan het verschaffen van krediet. Wil een bank bijvoorbeeld alleen krediet verschaffen met een staatsgarantie? Wordt er daarnaast een ongelimiteerde hoofdelijkheid vanuit privé en/of vanuit andere exploitaties geëist? Kijk dan naar alternatieven voor de financiering, zoals een lening van de verhuurder of een leverancier, een franchiseformule, of crowdfunding.
  4. Zoek een partner die wil meedoen in de nieuwe onderneming. In dat geval wordt geld niet als lening, maar als eigen vermogen verstrekt. Zo kunt u een goede technische man, een marketeer of bedrijfsleider aan u binden door deze te laten meedelen in eventuele winsten. Dan snijdt het mes gelijk aan twee kanten. U kunt uw nieuwe partner bovendien zoveel inspraak geven als u zelf wilt: hij kan alleen aandeelhouder worden, maar u kunt hem ook daadwerkelijk mee laten ondernemen.
  5. Bedenk met iemand van buiten uw organisatie wat het ‘worstcasescenario’ is. Misschien bent u er samen met uw accountant en partner al over uit: uw organisatie moet een garant gestelde lening aangaan. Maar schakel voor deze beslissing ook iemand van buitenaf in, bijvoorbeeld een kritische ondernemer of een advocaat met verstand van contracten, vennootschapsrecht en faillissementsrecht. Zij kunnen u bewust maken van de mogelijke risico’s van een staatsgarantstelling en zorgen ervoor dat een besluit beter wordt overwogen.

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen over de risico’s van een staatsgegarandeerde lening? Dan kunt u contact met mij opnemen.