Artikel
Geschreven door Erik Jansen
Posted on 30-07-2013

Strengere wetgeving faillissementsfraude zonder handhaving is zinloos

87 keer gelezen

Afgelopen week werd het nieuwe voorstel van wet “Herziening strafbaarstelling faillissementsfraude” door Minister van Justitie Opstelten ter consultatie aangeboden.


Fraude ¼ van de faillissementen ≠ schade voor maatschappij

In het hoofdredactioneel commentaar van het FD van zaterdag jl. (27 juli 2013) werd naar aanleiding hiervan gesteld dat grofweg een kwart van de schade als gevolg van faillissementen te wijten is aan fraude. Dat is echter niet terecht. Dat in een kwart van de faillissementen sprake is van enige vorm van fraude, wil nog niet zeggen dat daarmee ook de schade als gevolg van faillissementen voor een kwart aan fraude te wijten is. Een simpel voorbeeld maakt dat duidelijk: Stel dat er een faillissement is met schulden van 1 miljoen euro. Als een maand voor dat faillissement de directeur de auto van € 40.000 van de zaak op zijn eigen naam zet, is de schade door die fraude € 40.000 en niet 1 miljoen euro. Dat gezegd hebbende, wil ik benadrukken dat faillissementsfraude wel degelijk een groot maatschappelijk probleem is en dat het goed is dat daar maatschappelijke en politieke aandacht voor is.

Gevangenisstraf voor overtreding administratieplicht bij faillissement

Er komt (als het voorstel van de Minister gevolgd wordt) onder andere een aparte strafbaarstelling van overtreding van de administratieplicht bij faillissement met een maximum van twee jaar gevangenisstraf. Die strafbaarstelling biedt tevens een aanknopingspunt om de gang van zaken rond een faillissement te onderzoeken en eventuele fraudepraktijken bloot te leggen, zoals het onttrekken van geld en goederen.

Schuldeisers weinig baat bij strafrechtelijke aanpak

Een strafrechtelijke aanpak van faillissementsfraude is natuurlijk mooi, maar de schuldeisers hebben er niet zo veel aan, als het daarbij blijft. Pas als de strafrechtelijke aanpak gepaard gaat met “pluk-ze”-mogelijkheden, is deze aanpak van faillissementsfraude succesvol. Het daadwerkelijk terughalen van verdwenen geld of goederen en de opbrengst daarvan verdelen onder de schuldeisers, is een belangrijk doel van een faillissement. Dat is waar de schuldeisers op wachten. Bovendien is het “kaalplukken” ook hetgeen de faillissementsfraudeurs het meeste raakt. Zij zijn immers (net als alle andere fraudeurs) uit op financiële voordelen, op snel en “makkelijk” geld. Daarom doen ze immorele en strafbare zaken.

Pak de calculerende fraudeur aan

Dus zorg ervoor dat je de reden of het doel van het frauduleuze gedrag aanpakt. Anders zullen er altijd fraudeurs zijn die calculeren hoeveel jaar cel hen het achterover drukken van geld of goederen maximaal kan opleveren: de immorele calculerende fraudeur zou dan nog wel eens kunnen concluderen dat het risico van een celstraf wel opweegt tegen het snelle en “makkelijke” geld.

Handhaaf!

Dit geldt nog meer als de pakkans niet vergroot wordt. Er moet meer geld en meer capaciteit komen voor opleiding van politie en recherche, voor onderzoek, opsporing en vervolging. Anders vrees ik dat deze nieuwe voorgestelde wet een dode letter wordt. Strengere wetgeving zonder handhaving is zinloos.

Verdere aanpassingsgebieden faillissementswetgeving

Daarnaast is een oplossing voor de lege boedels noodzakelijk. De curatoren moeten in staat worden gesteld hun werk goed te doen en daar moeten zij marktconform voor betaald (kunnen) worden; ook als de boedel leeg is en de frauderende bestuurder of failliet geen zichtbaar verhaal biedt. Tot slot moet de garantstellingsregeling voor curatoren worden uitgebreid naar faillissementen van natuurlijke personen. Ik wacht de nadere voorstellen van de Minister hierover in spanning af.