Artikel
Geschreven door Erik Jansen
Posted on 28-08-2014

Wordt bestuurder van vereniging straks volledig aansprakelijk?

351 keer gelezen

In een eerder blog las u dat het kabinet de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van verenigingen en stichtingen aan wil scherpen om de kwaliteit te verbeteren. Inmiddels is het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen in voorbereiding. Ik krijg vaak vragen van mijn cliënten over wat voor gevolgen deze wet heeft voor hun aansprakelijkheid. Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen bij een faillissement? Daarom belicht ik in dit blog de veranderingen met betrekking tot bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe wetsvoorstel.

Wat zijn de huidige regels voor bestuurdersaansprakelijkheid?

Om een helder beeld te scheppen wat er mogelijk gaat veranderen, kijken we eerst naar de huidige regels volgens de wet:

Aansprakelijkheid buiten faillissement volgens huidige wetgeving
Momenteel kan een bestuurder op grond van jurisprudentie alleen aansprakelijk worden gesteld als er sprake is van een ernstig verwijt. Wanneer is iets een ernstig verwijt? Dit wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden. Men kijkt ondermeer naar:

De aard van de door bestuurder uitgeoefende activiteiten
Het inzicht en de zorgvuldigheid die mag worden verlangd van de bestuurder of toezichthouder

Het gaat hier, volgens de Minister, ook om onbezoldigd werk. Bestuurders en toezichthouders kunnen in geval van een onopzettelijke vergissing of een verkeerde beslissing, niet aansprakelijk worden gesteld voor elke kleine fout.  Bestuurders en toezichthouders lopen hiermee dus geen aansprakelijkheidsrisico. Zij lopen alleen risico als het gaat om uitzonderlijk gedrag en hebben dus veel bescherming. 

Aansprakelijkheid bij faillissement volgens huidige wetgeving
Op dit moment  kan een bestuurder van een besloten vennootschap (BV) of een naamsloze vennootschap (NV) aansprakelijk worden gesteld door de curator bij een faillissement. Dit kan echter alleen als er sprake is van aantoonbaar onbehoorlijk bestuur, waarbij dit gedrag een belangrijke oorzaak is geweest voor het faillissement. In dit geval kan de curator alle bestuurders aansprakelijk stellen voor het faillissementstekort, oftewel het verschil tussen alle openstaande schulden en de baten die de curator kan innen. 

De vraag is steeds: had de bestuurder of toezichthouder op dat moment voorzien of kunnen voorzien waar de actie toe zou leiden? Zou een redelijk denkend bestuurder of toezichthouder in dezelfde omstandigheden ook zo hebben gehandeld? 

Voor welke rechtspersonen geldt huidige wetgeving?
In de huidige wetgeving geldt deze grond van bestuursaansprakelijkheid (naast voor BV’s en NV’s) ook voor commerciële verenigingen en stichtingen. Dit is een stichting of vereniging die vennootschapsbelasting dient te betalen. Op dit moment  is de wet niet duidelijk of de curator ook bestuurders van een stichting of vereniging zonder vennootschapsbelasting aansprakelijk kan stellen voor een faillissement. 
 

Welke veranderingen zijn er in de voorgestelde wetgeving?

Als de nieuwe wetgeving erdoor komt, welke gevolgen heeft dit dan? 

Aansprakelijkheid voor alle rechtspersonen tijdens en buiten faillissement
Met  het huidige wetsvoorstel wordt voor alle rechtspersonen (o.a. BV’s, NV’s, verenigingen en stichtingen) een uniforme regeling getroffen. Dit betekent dat alle bestuurders en leden van het toezichthoudend orgaan, buiten en tijdens het faillissement, aansprakelijk zijn bij onbehoorlijke taakvervulling. Zo ook bestuurders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen. Alle rechtspersonen kunnen dus hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de openstaande schulden bij onbehoorlijk bestuur. 

In de Memorie van Toelichting probeert de Minister bestuurders en toezichthouders wel gerust te stellen. Zij die hun taak naar eer en geweten en zorgvuldig vervullen, hebben niets te vrezen. 

Geen causaal verband tussen oorzaak en omvang
De curator hoeft geen causaal verband meer aan te tonen tussen de oorzaak (onbehoorlijk bestuur) en het gevolg (de omvang van de schade). Als het gedrag van de bestuurder een belangrijke oorzaak van het faillissement is, staat de schade niet meer ter discussie.

Taakomschrijving beter in kaart
Bovendien wil men een duidelijkere taakomschrijving van de rol van bestuurders en toezichthouders, zodat zij beter weten wat er van hen wordt verwacht. Deze beoogde verandering is in lijn met het Rijnlandse model. Dit model gaat uit van een goede balans bij het dienen van de belangen van alle bij de onderneming of organisatie betrokken partijen, zoals werknemers, 
schuldeisers, crediteuren, leveranciers en - bij verenigingen of stichtingen - oprichters, leden of donateurs. 

Het voorstel richt zich dus niet op het Amerikaanse Angelsaksisch model, waarbij – kortweg - bestuurders en aandeelhouders veel meer mogen denken en handelen in het belang van de “eigenaar”, vaak de aandeelhouder(s), van de onderneming. 
 

Gevolgen en conclusies 

Het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen vergroot het risico op bestuursaansprakelijkheid voor bestuurders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen. 

Hoewel in de huidige regels ernstige vormen van onbehoorlijke taakvervulling kunnen worden aangepakt, krijgt de curator het in het wetsvoorstel makkelijker tijdens een faillissement van een vereniging of stichting. De enige ‘uitweg’ voor bestuurders is dan nog gerechtelijke matiging of disculpatie, zoals men dat men in de vaktermen noemt. In de gewone volksmond: “het is niet mijn schuld, maar die van mijn medebestuurders.”

Ik hoop dat ik u heb kunnen verduidelijken welke gevolgen het huidige wetsvoorstel heeft voor de aansprakelijkheid. Hebt u vragen of wilt u graag andere wetten uitgelegd zien? Laat het mij in een reactie weten.